theorie_1819
← Alle Hoofdstukken
Inhoudsopgave

15 Ademhaling
15.1. Historie
15.2. De luchtwegen
15.2.1. Neusholte
15.2.2. Functies van de neus...
15.2.3. Mondholte, keelholte...
15.2.4. Waardoor kunnen mens...
15.2.5. Luchtpijp en longen
15.2.6. Toetsvragen bij 15.2
15.3. Gaswisseling
15.3.1. Toetsvragen bij 15.3
15.4. Ademhalingsbeweginge...
15.4.1. Oefenvragen bij 15.4
15.4.2. Toetsvragen bij 15.4
15.5. Longfunctie
15.5.1. Dode ruimte
15.5.2. Oefenvragen bij 15.5
15.5.3. Toetsvraag bij 15.5
15.6. Regulatie van de ade...
15.6.1. Oefenvragen bij 15.6
15.6.2. Toetsvraag bij 15.6
15.7. Ademen en gezondheid
15.8. Ademhaling bij diere...

U bezoekt 10voorBiologie.nl als gast-gebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorbiologie.nl.

15.5 Longfunctie

Door middel van een spirometer is het mogelijk metingen te verrichten van de hoeveelheid lucht (= volume) die iemand in- en uitademt. Je kunt door bepaalde longvolumes te meten en te berekenen een beeld krijgen van iemands longfunctie.

Bij een volwassene die rustig ademhaalt, is het ademvolume (VT) ongeveer 0,5 liter. Dat betekent dat er per ademhaling 0,5 liter lucht verplaatst wordt. Wanneer een volwassene zo diep mogelijk inademt, is het volume ongeveer 3 liter. Wanneer je na een normale uitademing nog verder geforceerd uitademt, pers je nog ongeveer 1,5 liter lucht uit de luchtwegen. Er zit dan nog steeds lucht in de longen, want de longen kunnen nooit helemaal leeg geperst worden. Het restvolume (RV) bedraagt ongeveer 1,5 liter. Met bovenstaande getallen kun je de totale longcapaciteit (TC) berekenen: 0,5 + 2,5 + 1,5 + 1,5 = 6 liter.

Bij de bepaling van iemands longfunctie is de vitale capaciteit (VC) een belangrijke waarde. Het is de hoeveelheid lucht die in één ademhaling maximaal verplaatst kan worden, dus 0,5 + 2,5 + 1,5 = 4,5 liter. De individuele waarde is afhankelijk van iemands lichaamsbouw, maar ook van de conditie. Is de vitale capaciteit kleiner dan 4,5 liter, dan kan dat betekenen dat deze persoon een verminderde beweeglijkheid heeft van de borstkas of dat de elasticiteit van de longen afgenomen is. Als dat laatste het geval is, dan blijft er te veel lucht achter in de longen.

Het aantal keren dat er per minuut geademd wordt, heet de ademfrequentie. In rust is de ademfrequentie gemiddeld 15. Tijdens inspanning kan dit oplopen tot 30. De ademfrequentie in combinatie met het ademteugvolume levert het ademminuutvolume. Dit is het volume lucht dat per minuut in- of uitgeademd wordt. Dit volume is afhankelijk van de ademfrequentie en van het ademteugvolume. In rust is het ongeveer 7,5 liter/minuut, bij grote activiteit kan het oplopen tot 30 x 3,5 (of meer) = 105 liter/minuut (of meer). Hoe sneller je ademt, hoe oppervlakkiger er ingeademd wordt. Het lukt dan niet om alle lucht in die zeer korte ademtijd te verplaatsen.

10voorBiologie
Figuur 11. Longvolumes, weergegeven door een spirograaf

Inspiratoir reservevolume (IRV) is het verschil tussen de 3 liter bij diepe inademing en de Vt; gemiddeld bedraagt de IRV 2,5 liter. Het expiratoir reservevolume (ERV) is de hoeveelheid lucht die nog extra geforceerd uitgeademd kan worden (= 1,5 liter). Het reservevolume (gemiddeld 1,5 liter) wordt met RV aangeduid. Bekijk ook de animatie op Bioplek (klik hier voor de tablet).

 
inademingslucht (verse lucht)
uitademingslucht (150 ml verse lucht,
350 ml oude lucht)
alveolaire lucht
(oude lucht)
stikstof
79%
77%
75%
zuurstof
21%
16%
13%
koolstofdioxide
0,04%
4%
5%
water
0%
3%
7%
Tabel 1. Samenstelling van in- en uitademingslucht en van de lucht in de longblaasjes (aveolaire lucht)

In tabel 1 kun je zien dat stikstof de grootste component van de ingeademde lucht vormt. Dit gas komt door diffusie in het bloed, maar wordt ongebruikt weer uitgeademd. Buitenlucht bevat relatief weinig waterdamp. Tijdens de inademing wordt de lucht bevochtigd. Wanneer je uitademt, vindt er wateruitscheiding plaats. Er vindt ook enige warmteafgifte plaats, de lucht wordt immers in de luchtwegen opgewarmd. Daarom zijn de longen dus ook een uitscheidingsorgaan. 

 

Subdomein Deelconcepten Deelspecificatie
B3 longcapaciteit, vitale capaciteit 
[relatie tussen bouw, functie en werking uitleggen]
B3.3