theorie_1819
← Alle Hoofdstukken
Inhoudsopgave

2 Cellen: bouw en func...
2.1. Celonderzoek met de ...
2.1.1. Lichtmicroscoop
2.1.2. Elektronenmicroscoop
2.2. Celstructuren en hun...
2.2.1. De celkern
2.2.2. Celmembranen
2.2.3. Mitochondriën
2.2.4. Endoplasmatisch reti...
2.2.5. Golgi-systeem
2.2.6. Lysosomen
2.2.7. Cytoskelet
2.2.8. Plastiden
2.2.9. Vacuolen
2.2.10. Oefenvragen (1) bij ...
2.2.11. Oefenvragen (2) bij ...
2.2.12. Oefenvragen (3) bij ...
2.2.13. Toetsvragen bij 2.1 ...
2.3. Verschillen tussen p...
2.3.1. Toetsvragen bij 2.3
2.4. Opname en afgifte va...
2.4.1. Passief transport
2.4.2. Diffusie en osmose
2.4.3. Transport via het ce...
2.4.4. Actief transport
2.4.5. Oefenvragen bij 2.4
2.4.6. Toetsvragen bij 2.4
2.5. Weefsels en organen
2.6. Bacteriën
2.6.1. Gramnegatief en gram...
2.6.2. Inkapseling
2.7. Virussen
2.7.1. Infectie met een vir...
2.7.2. Toetsvragen bij 2.6 ...

U bezoekt 10voorBiologie.nl als gast-gebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorbiologie.nl.

2.3 Verschillen tussen plantencellen en dierlijke cellen

Alleen in plantencellen vind je plastiden. Daarnaast bevatten uitgegroeide plantencellen een grote centrale vacuole, terwijl bij dierlijke cellen vacuoles in die vorm niet voorkomen. Dierlijke cellen hebben wel kleine vacuoles zoals de lysosomen en de blaasjes die onderdeel zijn van het golgi-systeem.

Een derde opvallend verschil is dat plantencellen omgeven zijn door een omhulsel, de celwand. Deze is opgebouwd uit meerdere lagen. De buitenste laag bestaat uit cellulose en geeft de cel enige mate van elasticiteit. De binnenste laag geeft de celwand extra stevigheid doordat daarin bijvoorbeeld houtstof afgezet wordt. Als dit gebeurd is, verdwijnt de elasticiteit van de celwanden en is groei niet meer mogelijk. De cel heeft dan zijn maximale afmeting en stevigheid verkregen.

10voorBiologie
Figuur 17. Een plantencel (links) en een dierlijke cel (rechts) hebben veel
overeenkomsten, maar ook enkele belangrijke verschillen.
10voorBiologie
Figuur 18. De opbouw van de celwand (alleen bij plantencellen).


Tussen de celwanden van aangrenzende cellen ligt een raster van dunne elastische laagjes die uit pectine bestaan. Deze pectine vormt de zogeheten middenlamel tussen de cellen. Direct na een celdeling wordt als eerste de middenlamel gevormd als scheiding tussen de twee nieuwe cellen. 

Bekijk op Bioplek de animaties over cellen (klik hier voor de tablet), dit filmpje over plantencellen en dit filmpje over dierlijke cellen.

 

Subdomein Deelconcepten Deelspecificatie
B2 celorganellen, plastiden, vacuole, lysosoom, celwand B2.1