theorie_1819
← Alle Hoofdstukken
Inhoudsopgave

2 Cellen: bouw en func...
2.1. Celonderzoek met de ...
2.1.1. Lichtmicroscoop
2.1.2. Elektronenmicroscoop
2.2. Celstructuren en hun...
2.2.1. De celkern
2.2.2. Celmembranen
2.2.3. Mitochondriën
2.2.4. Endoplasmatisch reti...
2.2.5. Golgi-systeem
2.2.6. Lysosomen
2.2.7. Cytoskelet
2.2.8. Plastiden
2.2.9. Vacuolen
2.2.10. Oefenvragen (1) bij ...
2.2.11. Oefenvragen (2) bij ...
2.2.12. Oefenvragen (3) bij ...
2.2.13. Toetsvragen bij 2.1 ...
2.3. Verschillen tussen p...
2.3.1. Toetsvragen bij 2.3
2.4. Opname en afgifte va...
2.4.1. Passief transport
2.4.2. Diffusie en osmose
2.4.3. Transport via het ce...
2.4.4. Actief transport
2.4.5. Oefenvragen bij 2.4
2.4.6. Toetsvragen bij 2.4
2.5. Weefsels en organen
2.6. Bacteriën
2.6.1. Gramnegatief en gram...
2.6.2. Inkapseling
2.7. Virussen
2.7.1. Infectie met een vir...
2.7.2. Toetsvragen bij 2.6 ...

U bezoekt 10voorBiologie.nl als gast-gebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorbiologie.nl.

Hoofdstuk 2: Cellen: bouw en functie

Subdomeinen B2.1 en B2.2, moet in CE, mag in SE

Robert Hooke zag in 1665 - dankzij de uitvinding van de microscoop - celwanden in kurk. Het duurde echter tot het begin van de twintigste eeuw voordat de cel onderwerp werd van uitgebreid biologisch onderzoek. Men gaat ervan uit dat alle organismen zijn opgebouwd uit cellen (dit is de celtheorie). Het aantal cellen waaruit een organisme bestaat, hangt onder andere af van het soort organisme. Er zijn organismen die uit slechts een enkele cel bestaan, zoals bacteriën, maar de meeste organismen zijn meercellig.

De mens is ook meercellig en bestaat uit vele biljoenen cellen (1000 miljard = 1 biljoen).
De cel wordt binnen de biologie als kleinst levende eenheid gezien, omdat deze levenskenmerken vertoont: groei en ontwikkeling, stofwisseling en reproductie.

In dit hoofdstuk gaat het om de volgende vragen:

  • Hoe zijn cellen in staat om als levende eenheid te functioneren?
  • Hoe zijn de cellen van planten en dieren opgebouwd?
  • Hoe zijn de bouw en functie van de verschillende celorganellen?
  • Hoe kunnen cellen stoffen opnemen, stoffen afgeven, stoffen veranderen en stoffen gebruiken?