theorie_1819
← Alle Hoofdstukken
Inhoudsopgave

19 Hormonale regulatie
19.1. Algemene werking van...
19.1.1. Toetsvragen bij 19.1
19.2. Regelkringen
19.2.1. Oefenvragen bij 19.2
19.3. Het hypothalamus-hyp...
19.3.1. De hypofyseachterkwa...
19.3.2. De hypofysevoorkwab
19.4. De schildklier
19.4.1. Oefenvragen bij 19.4
19.4.2. Toetsvragen bij 19.2...
19.5. De eilandjes van Lan...
19.5.1. Oefenvragen bij 19.5
19.6. De bijnieren
19.6.1. Toetsvragen bij 19.5...
19.7. De ovaria
19.7.1. Menstruatiecyclus
19.7.2. Zwangerschap
19.8. De testes
19.8.1. Oefenvragen (1) bij ...
19.8.2. Oefenvragen (2) bij ...
19.8.3. Toetsvragen bij 19.7...
19.9. Weefselhormonen
19.10. Anabole steroïden
19.11. Suikerziekte
19.12. Osteoporose
19.12.1. Toetsvragen bij 19.9...

U bezoekt 10voorBiologie.nl als gast-gebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorbiologie.nl.

19.1 Algemene werking van hormonen

Op meer dan tien plaatsen in je lichaam worden hormonen geproduceerd. Door een aantal hormoonklieren wordt bovendien meer dan één hormoon gemaakt. Daardoor kan het gebeuren dat er op een bepaald moment wel tien verschillende hormonen circuleren in het bloed. Bij elk hormoon hoort minstens één doelwitorgaan (of doelwitweefsel) dat ervoor gevoelig is. Het celmembraan van cellen van het doelwitorgaan hebben receptoren waaraan het hormoon kan hechten, waarna het hormoon invloed kan uitoefenen op de celstofwisseling. Hoewel hormonen via het inwendige milieu bij alle cellen terecht kunnen, worden alleen cellen beïnvloed die een geschikte receptor hebben.

Op grond van hun werking kun je hormonen in twee groepen indelen:

  • steroïden, deze zogeheten steroïdhormonen zijn chemisch verwant aan cholesterol; 
  • peptiden, deze hormonen zijn meestal (poly)peptiden en soms ‘omgebouwde’ aminozuren (zogeheten aminozuurderivaten). 

Voorbeelden van steroïdhormonen zijn de geslachtshormonen en de bijnierschorshormonen. Steroïden zijn niet oplosbaar in water, ze zijn dus waterafstotend. Ze worden voor het transport in het (waterige) bloed gebonden aan bepaalde bloedeiwitten. Steroïden dringen eenvoudig door het celmembraan (die is immers ook waterafstotend) van doelwitorganen heen en binden in het cytoplasma aan een bepaald eiwitmolecuul. Dit eiwitmolecuul is de receptor voor het hormoon. Het hormoon-receptor-complex dringt door tot in de kern, waar zich het DNA bevindt. Het complex gaat op bepaalde plaatsen een binding aan met het DNA. Deze binding kan genexpressie stimuleren of juist remmen. Genexpressie leidt tot de aanmaak van bepaalde eiwitten, zoals enzymen die dan weer een stofwisselingsproces beïnvloeden. Zo stuurt het hormoon-receptor-complex de activiteiten van de cel aan.

Figuur 2. Werking van een steroïdhormoon

Het antidiuretisch hormoon (ADH), oxytocine en insuline zijn voorbeelden van peptide-hormonen. Dit type hormonen is oplosbaar in water en kan het celmembraan van hun doelwitcellen niet passeren. Vanaf de buitenkant van het celmembraan oefent het hormoon toch invloed uit op het celmetabolisme. Deze invloed kan stimulerend of remmend zijn.

Het hormoon, in dit proces first messenger genoemd, bindt aan een voor dat hormoon gevoelige receptor in het celmembraan. Deze binding is het startsein voor een reeks opeenvolgende reacties in de cel. Het eindresultaat hiervan is toename van cAMP (cyclisch adenosinemonofosfaat), gevormd uit ATP. cAMP, second messenger genoemd, heeft invloed op de celactiviteit, bijvoorbeeld in de vorm van een veranderde enzymactiviteit, meer of minder afgifte van bepaalde stoffen of een veranderde membraanpermeabiliteit. In de afbeelding is het hormoon een stimulerend hormoon. Wanneer het hormoon een remmend hormoon is, zullen er juist minder cAMP's gevormd worden. Dan neemt de celactiviteit af. Het hele proces van signaal opvangen (membraanreceptor, signaaloverdrachten (in cytoplasma) en signaalverwerking (in DNA) wordt een signaalcascade genoemd. 

Er is een groep hormonen die van aminozuren zijn afgeleid. Daartoe behoren bijvoorbeeld adrenaline en het schildklierhormoon. Deze hormonen werken volgens hetzelfde principe als de peptidehormonen. Ze binden ook aan een receptor in het celmembraan van de doelwitcel en veroorzaken dan dezelfde kettingreacties als hierboven beschreven.
Pas op: hormonen zijn geen enzymen; ze zijn zelf niet in staat bepaalde chemische reactie te versnellen of te vertragen.

10voorBiologie
Figuur 3. Werking van een peptidehormoon

  

Subdomeinen Deelconcepten Deelspecificaties
B4 receptor (in membranen en in cytoplasma)

B4.1

idem doelwitorgaan, hormoonklier
[specifieke werking van hormonen beschrijven en afleiden hoe doelwitorganen reageren: peptidehormoon, steroïdhormoon]
B4.2
D2 second messenger, receptor, respons, signaalcascade D2.1