theorie_1819
← Alle Hoofdstukken
Inhoudsopgave

5 Planten
5.1. Plantenwortels
5.1.1. De functies van de w...
5.1.2. Bouw van de wortel
5.1.3. Variatie in wortels
5.1.4. Theorie-opdrachten b...
5.1.5. Practicum bij 5.1 Pl...
5.1.6. Verdieping bij 5.1 P...
5.1.7. Leerdoelen voor para...
5.2. Stengels
5.2.1. De functies van sten...
5.2.2. Bouw van de stengel
5.2.3. Variatie in stengels
5.2.4. Theorie-opdrachten b...
5.2.5. Practicum bij 5.2 St...
5.2.6. Leerdoelen voor para...
5.3. Bladeren
5.3.1. De functies van blad...
5.3.2. Bouw van het blad
5.3.3. Variatie in bladeren
5.3.4. Theorie-opdrachten b...
5.3.5. Practicum bij 5.3 Bl...
5.3.6. Verdieping bij 5.3 B...
5.3.7. Leerdoelen voor para...
5.4. Bloemen
5.4.1. Bouw van de bloem
5.4.2. Bloeiwijze
5.4.3. Theorie-opdrachten b...
5.4.4. Practicum bij 5.4 Bl...
5.4.5. Verdieping bij 5.4 B...
5.4.6. Leerdoelen voor para...
5.5. Levensprocessen in d...
5.5.1. Fotosynthese
5.5.2. Bladgroenkorrels
5.5.3. Factoren
5.5.4. De longen van de aar...
5.5.5. Verbranding
5.5.6. Stevigheid
5.5.7. Bewegen
5.5.8. Theorie-opdrachten b...
5.5.9. Leerdoelen voor para...
5.6. Leerdoelen voor hoof...

U bezoekt 10voorBiologie.nl als gast-gebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorbiologie.nl.

5.2.1 De functies van stengels

Een heel belangrijke functie van de stengel is het transport van stoffen. Dat gebeurt via de houtvaten en de zeefvaten. Je kwam deze transportbuizen bij de wortel al tegen. Het water en de mineralen gaan vanuit de wortel naar alle delen van de plant. De voedingsstoffen die de plant in de bladeren maakt, gaan via de zeefvaten naar beneden, tot onder in de wortel.

De tweede functie van de stengel is de plant stevigheid bieden. De stengel draagt de bladeren, de bloemen en de vruchten en houdt de hele plant overeind. In een omgeving waar zonlicht moeilijk te bereiken is, kan een lange, stevige stengel helpen om dit licht te bereiken.

De derde functie van de stengel heeft te maken met de bescherming van de plant. Zo is de stengel bij veel planten erg hard, zodat deze niet gemakkelijk kan beschadigen of opgegeten kan worden. De harde buitenkant van de stengel beschermt ook tegen uitdroging. De stengel van veel zaadplanten is bedekt met stekels of brandharen om hongerige dieren af te schrikken.

De vierde functie van de stengel is het maken van voedingsstoffen. Dit geldt voor de groene stengeldelen. Deze functie wordt uitgebreid behandeld bij de functies van de bladeren.

Figuur 14a. Stekels op de stengel van een roos  Figuur 14b. Brandharen op de stengel
van een brandnetel

De vijfde functie van de stengel is opslag van reservestoffen. De aardappelplant bijvoorbeeld slaat reservestoffen op in speciale stengeldelen onder de grond. Zo'n dikke ondergrondse stengel noem je een knol. De 'ogen' van de aardappel zijn de knoppen van stengels. Als je aardappelen lang laat liggen, gaan de stengels uitgroeien tot een nieuwe aardappelplant. De aardappel zelf verschrompelt, omdat de reservestoffen gebruikt worden voor de groei van de stengels.

Figuur 15. De aardappel is een knol: een ondergrondse stengel met reservestoffen.


Bekijk dit filmpje van Schooltv over de aardappelplant.