theorie_1819
← Alle Hoofdstukken
Inhoudsopgave

18 Zenuwstelsel en bewe...
18.1. Het zenuwstelsel
18.1.1. Steuncellen
18.1.2. Neuronen
18.1.3. Zenuwen
18.2. Algemene werking
18.2.1. Membraanpotentiaal
18.2.2. Depolarisatie, actie...
18.2.3. Impulsgeleiding
18.2.4. Impulsoverdracht
18.2.5. Neurotransmitters
18.2.6. Toetsvragen bij 18.2
18.3. Centrale zenuwstelse...
18.3.1. Ruggenmerg
18.3.2. Hersenstam
18.3.3. Reflexen
18.3.4. Kleine hersenen
18.3.5. Tussenhersenen
18.3.6. Grote hersenen
18.3.7. Schorsgebieden
18.3.8. Geheugen
18.3.9. Slapen
18.3.10. Hersenwerking zichtb...
18.3.11. Oefenvragen bij 18.3
18.3.12. Toetsvragen bij 18.3
18.4. Autonome zenuwstelse...
18.4.1. Werking van het auto...
18.4.2. Regelkringen
18.4.3. Toetsvragen bij 18.4
18.5. Bewegen
18.5.1. Het skelet
18.5.2. De knie
18.5.3. De spieren
18.5.4. Dwarsgestreepte spie...
18.5.5. Het sarcomeer
18.5.6. De motorische eenhei...
18.5.7. Actiepotentiaal in e...
18.5.8. Toetsvragen bij 18.5

U bezoekt 10voorBiologie.nl als gast-gebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorviologie.nl.

18.3.1 Ruggenmerg

Het ruggenmerg is het deel van het centrale zenuwstelsel dat in de wervelkolom ligt. Het strekt zich uit van het achterhoofdsgat van de schedel tot ongeveer de eerste lendenwervel. Tussen elke wervel ontspringen vier bundels zenuwvezels. Aan de buikzijde zijn dat motorische, aan de rugzijde sensorische zenuwvezels. Ze worden de voor- en de achterwortels genoemd. Op korte afstand van het ruggenmerg komen de wortels samen en vormen ze links en rechts van het ruggenmerg een gemengde zenuw.

Figuur 11. Bouw van het ruggenmerg

1= witte stof
2 = centrale kanaal
3 = grijze stof
4 = achterwortel
5 = voorwortel
6 = ruggenmergszenuwknoop
7 = ruggenmergszenuw
8 = vetweefsel
9 = wervellichaam

 

Er zijn in totaal 32 paar ruggenmergszenuwen. Op de plaats waar sensorische en motorische vezels samenkomen, zie je een verdikking. Deze wordt veroorzaakt door de cellichamen van de sensorische neuronen, die daar een ruggenmergszenuwknoop vormen. Daar zijn dus ook 32 van. Wanneer je het ruggenmerg doorsnijdt, heeft het binnenste deel de vorm van een vlinder. Dit is de grijze stof, die bestaat uit vele cellichamen van de motorische neuronen en van de schakelcellen. Midden in de vlinderfiguur bevindt zich het centrale kanaal, gevuld met hersenvocht. Rondom de vlinderfiguur bevindt zich de witte stof met hoofdzakelijk gemyeliniseerde axonen. Deze vormen de opstijgende en afdalende banen. Het ruggenmerg is te beschouwen als een zeer drukke snelweg, waarlangs het impulsenverkeer zich af en aan beweegt, vanuit en naar de periferie en de grote regelcentrale, de hersenen.

10voorBiologie.nl - (c) Medical Art Rogier Trompert

Figuur 12. Het ruggenmerg met
bijbehorende wervels

C1 t/m C7 = nekwervels
T1 t/m T12 = borstwervels
L1 t/m L5 = lendenwervels
S1 t/m S5 = heiligbeenwervels
Co1 = staartbeentje

 

  

Subdomein Deelconcept Deelspecificatie
B4 ruggenmerg B4.3