← Alle Thema's

Informatie

Huidig Thema: 2. Opdrachten bij Hoofdst...
theorie opdracht voor Onderbouw.
Geen deelconcepten
Inhoudsopgave

1. Theorie-opdrachten bij 2.1…
2. Practicum bij 2.1 Het mens…
3. Verdieping bij 2.1 Het men…
4. Theorie-opdrachten bij 2.2…
5. Practicum bij 2.2 Steunwee…
6. Theorie-opdrachten bij 2.3…
7. Verdieping bij 2.3 Botverb…
8. Theorie-opdrachten bij 2.4…
9. Practicum bij 2.4 Bewegen
10. Verdieping bij 2.4 Bewegen
11. Theorie-opdrachten bij 2.5…
12. Theorie-opdrachten bij 2.6…

U bezoekt 10voorBiologie.nl als gast-gebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorviologie.nl.

Theorie-opdrachten bij 2.1 Het menselijk skelet

1. In de § 2.1.1, § 2.1.2, § 2.1.3, § 2.1.4, § 2 1.5, § 2.1.6 en § 2.1.7 staan begrippen vet gedrukt. Kies a of b.
a) (I) Neem de begrippen over in je schrift en omschrijf voor elk wat ermee bedoeld wordt.
b) (II) Maak een woordweb met alle begrippen, waaruit hun betekenis en samenhang duidelijk wordt.


2. (I) In de tekst moeten de juiste begrippen ingevuld worden. Neem de letters a t/m d over en noteer het juiste begrip erachter.

Het skelet van een mens bestaat uit veel ... (a), waarvan de ... (b) de vorm van het hoofd bepaalt.
Vanaf het hoofd loopt de ... (c) centraal door het lichaam naar beneden. Deze bestaat uit wervels en heeft een speciale vorm: de ... (d).


3. (II) In de bron 'Knipblad menselijk skelet' (print uit of vraag een kopie aan je docent) staan de onderdelen van een skelet afgebeeld.
a) Knip de beenderen uit en plak ze op de juiste plaats in je schrift, zodat er een menselijk skelet ontstaat (of ga naar http://www.aspelletjes.nl/spel/589/skelet-bouwen.html).
b) Waar in je lichaam kun je heel goed het skelet aan de buitenkant voelen?


4. (III) In figuur 1 zie je de wervelkolom en daarin aangegeven de dubbele-S-vorm. Heeft je wervelkolom in elke houding een dubbele-S-vorm? Verklaar je antwoord.
 

Figuur 1


5. (III) Wat gebeurt er met je wervelkolom als je met één hand een zware boekentas draagt?


6. (II) Waarom is het beter om een rugtas voor je zware boeken te gebruiken dan een tas die je in de hand houdt of aan je schouder hangt?


7. (III) Bekijk een tekening van de menselijke wervelkolom. Je ziet dat de wervels onderling nogal kunnen verschillen.
a) Wat valt je op als je lendenwervels met borst- en halswervels vergelijkt?
b) Wat zou de reden kunnen zijn van dit verschil?


8. (II) In figuur 2 zie je een wervelkolom. Neem hem schematisch over en teken er zelf op de juiste plek een borstkas, bekkengordel, schedel, ledematen en schoudergordel bij.

Figuur 2


9. (II) Hieronder staat een lijst met begrippen (a t/m e) en een lijst met uitleg (1 t/m 5). Verbind de begrippen met de juiste uitleg.
a. Borstkas           
b. Hersenschedel            
c. Tussenwervelschijf       
d. Wervelkolom       
e. Schoudergordel     
  
1. Zorgt voor schokdemping.
2. Heeft een typische dubbele S-vorm.
3. Bevat bij baby’s nog fontanellen.
4. Maakt ademhaling mogelijk.
5. Verbindt de romp met de armen.


10. (III) De schedel van een pasgeboren baby heeft fontanellen (zie figuur 3). Welk voordeel hadden de fontanellen bij de geboorte van de baby?

Figuur 3


11. (II)
a) Sommige mensen denken dat een man een rib minder heeft dan een vrouw. Hoe komen ze op dat idee?
b) Hebben mannen ook een rib minder dan vrouwen?
c) Tijdens een operatie wordt bij een man een rib weggehaald. Twee jaar later krijgt hij samen met zijn vrouw een zoon. Heeft die zoon ook een rib minder?


12. (III) Bij de mens hebben vrouwen en mannen dezelfde botstukken. Veel mannelijke zoogdieren hebben een extra botstuk. Welk botstuk wordt bedoeld?


13. (II) Waardoor is het totaal aantal botstukken van jouw vier ledematen altijd een even getal?


14. (III) Zijn er verschillen tussen het skelet van een man en een vrouw van ongeveer dezelfde leeftijd en zelfde grootte? Zo ja, welke verschillen? Zo ja, waar hebben die verschillen mee te maken?


15. (III) Een olifant is gemiddeld maar drie maal zo hoog als een hert. Maar de poten van een olifant zijn wel 10 maal zo dik. Geef een verklaring waarom een olifant in verhouding tot zijn lengte en hoogte veel dikkere poten nodig heeft.


16. Bekijk nu deze samenvattende animatie op Bioplek (klik hier voor tablet of iPad).
 

Bronnen

Knipblad menselijk skelet

Laatste update: 2017-06-20 12:15:47