theorie_1617
← Alle Hoofdstukken
Inhoudsopgave

5 Voortplanting van me...
5.1. Primaire en secundai...
5.2. Mannelijke voortplan...
5.2.1. Penis
5.2.2. Testes en spermacelo...
5.2.3. Zaadleiders, prostaa...
5.2.4. Erectie, geslachtsg...
5.3. Vrouwelijke geslacht...
5.3.1. Eierstokken en eicel...
5.3.2. Eitrechter en eileid...
5.3.3. Baarmoeder en vagina
5.3.4. Vulva, geslachtsgeme...
5.3.5. Oefenvragen bij 5.3
5.3.6. Toetsvragen bij 5.1 ...
5.4. De meiose
5.4.1. Meiose I en II
5.4.2. Meiose bij vrouwelij...
5.4.3. Crossing-over
5.4.4. Oefenvragen bij 5.4
5.4.5. Toetsvragen bij 5.4
5.5. Bevruchting en zwang...
5.5.1. De bevruchting
5.5.2. Zwangerschap
5.5.3. Placenta en navelstr...
5.5.4. Vruchtvliezen en vru...
5.5.5. Van embryo naar foet...
5.5.6. Veranderingen bij de...
5.5.7. Controle bij zwanger...
5.5.8. De geboorte
5.5.9. Nazorg
5.5.10. Oefenvragen bij 5.5
5.5.11. Toetsvragen bij 5.5
5.6. Voorwaarden voor een...
5.7. Bevorderen van zwang...
5.8. Prenatale diagnostie...
5.8.1. Vruchtwaterpunctie, ...
5.8.2. Stamboomonderzoek
5.8.3. Karyogram
5.8.4. Toetsvragen bij 5.8
U bezoekt 10voorBiologie.nl als gastgebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorBiologie.nl.

5.1 Primaire en secundaire geslachtskenmerken

De primaire geslachtskenmerken zijn al bij de geboorte aanwezig. Bij het meisje zijn dat:

  • de eierstokken;
  • de eileiders;
  • de baarmoeder;
  • de vagina;
  • uitwendige schaamdelen (vulva).

De primaire geslachtskenmerken bij de jongen zijn:

  • de testes (teelballen);
  • de bijballen;
  • de prostaat;
  • de penis.

De secundaire geslachtskenmerken zijn typerende sekseverschillen die onder invloed van geslachtshormonen (progesteron, oestrogenen en testosteron) tijdens de groei van het individu tot ontwikkeling komen. Deze hormonen worden vanaf het begin van de puberteit geproduceerd.

Tot de secundaire geslachtskenmerken van de vrouw worden gerekend:

  • het volgroeid zijn van eierstokken, baarmoeder, vagina en vulva;
  • de menstruele cyclus;
  • de borsten;
  • beharing onder de oksels en in de schaamstreek;
  • verbreding van het bekken;
  • toename van onderhuids vet op bepaalde plaatsen, zoals heupen en bovenbenen.

De secundaire geslachtskenmerken bij de man zijn:

  • het volgroeid zijn van testes en penis;
  • stemverlaging (‘baard in de keel');
  • beharing onder de oksels, in de schaamstreek, in het gezicht, op de borst en op de ledematen;
  • grotere bot- en spierontwikkeling dan bij de vrouw.
10voorBiologie.nl
Figuur 2. Primaire en secundaire geslachtskenmerken bij de mens

 
 

Subdomein Deelconcept Deelspecificatie
E3 voortplantingsorganen van eukaryoten E3.1